Causses en de Cevennen In de streek der kazen en trektochten waar het heerlijk toeven is op grote hoogte

Causses en de Cevennen In de streek der kazen en trektochten waar het heerlijk toeven is op grote hoogte

In de streek der kazen en trektochten waar het heerlijk toeven is op grote hoogte

Jonge Parijzenaars die de Causses en de Cevennen doorkruisen op zoek naar ruimte alsook gezinnen die graag genieten van de kwaliteit van het leven, vieren hun vakantie bij uitstek in de streek die bekend staat om zijn kazen en mogelijkheden voor trektochten.

Het beeld van Montpellier-le-Vieux rond twee uur 's middags wordt gevormd door jonge stellen, uitgerust met een Quechua-rugzak, wandelschoenen, Ray Ban-zonnebril en nordic walking-stokken. Enkele jeugdige veertigers uit Parijs zijn aan het woord: "We wilden zeer graag de Causses en de Cevennen van binnenuit ontdekken. Vanwege het Unesco-keurmerk hebben we besloten om deze trektocht te maken. En daar hebben we geen spijt van. Het is mooi weer en verder zijn er prachtige landschappen die ontstaan zijn door wind en water."Na een kleine wandeling op een lommerrijk pad onder de pijnbomen en eiken om de grillige rotsformatie te bekijken, vertrekt de groep naar Camprieu  en vervolgens naar L'Espérou en L'Aigoual. 

Een geweldige uitgestrektheid met kale vlakten
U kunt uw vakantie beleven in een geweldig uitgestrekt gebied met kale vlakten, even uitrusten in een herbergboerderij of wildkamperen alsook de herders ontmoeten en met hen lamsvlees degusteren. "Het zijn de herders die dit landschap gedurende duizenden jaren vorm hebben gegeven," zo legt een van de gidsen van het regionale natuurgebied Les Grand Causses uit. "Als je hier tien kilometer aflegt, kom je van de ene streek in de andere," voegt een mountain leader van het nationaal natuurgebied Les Cévennes eraan toe. De steppeachtige landschappen van de Causses lijken op Mongolië. De valleien van de Cevennen geven u de indruk dat u op Corsica bent. Op de Causses staan de commanderijen van de tempeliers, die opgetrokken zijn uit grijze steen. Even verderop zijn er rivieren die in de diepe afgrond verdwijnen. En Les Gorges du Tarn wordt gekenmerkt door verticale rotsen boven de rivier. "Het is duizelingwekkend hoog," roept een vakantieganger uit die de vlaktes van de Bourgogne gewend is.

500 activiteiten
"In het gebied van de Causses en de Cevennen zijn er niet alleen landschappen," verzekert men ons bij het toerismebureau van Camprieu. "Het pluspunt is voor mij de uitzonderlijke kwaliteit van het leven, ver weg van de drukte," licht een vakantieganger uit Toulouse toe die op de markt in Florac bezig is met het uitkiezen van een geitenkaasje. Hij brengt samen met zijn vrouw en twee kinderen de vakantie door in een gite in Barre-des-Cevennes. Op het programma staan lezen, trektochten, visserijactiviteiten en talrijke andere belevenissen. "In de omgeving zijn meer dan 500 activiteiten. Omdat we niet de tijd hebben om nu alles te doen, geeft ons dit zeker de gelegenheid om terug te komen," zegt hij met een brede glimlach op zijn gezicht.

Eeuwenoude gewoonten en groen toerisme

Al duizenden jaren geeft de mens de landschappen van de Causses en de Cevennen vorm. Dankzij het landbouw- en herdersbestaan in de streek van de transhumance zijn deze twee streken door de Unesco geklasseerd als werelderfgoed van de mensheid.

Hier zijn dus twee gebieden die door de menselijke wil verenigd zijn, ofschoon er wel degelijk verschillen zijn. Enerzijds zijn er de Cevennen, een gebied met onder meer middelhoge bergen, diepe bergengten, schistvalleien met groen en ruige bergkammen. Hiertegen steken twee granietbergen af: de berg Lozère en de berg Aigoual. En anderzijds zijn er de Causses, die er in niets op lijken, ofwel immense, woeste en vaak gepijnigde uitgestrekte rotsen na de kalkplateaus die doorkruist worden door de rivieren de Tarn, de Dourbie en de Jonte en waar door de uitholling van deze rivieren duizelingwekkende rotsen zijn ontstaan.

De wonderen van de bodem

De Grand Causses bestaan uit de Causse Méjean, de Causse noir, de Causse de Sauveterre en de Causse du Larzac. Ofwel plaatsen die u versteld doen staan, waaronder de cañons, dolines, diepe afgronden en grillige rotsformaties zoals die van Montpellier-le-Vieux, zijn er alomtegenwoordig.

Hier kennen de rivieren grillige wendingen wanneer ze de rivierbedding verlaten zoals in het keteldal van Navacelles waar de Vis van uit de meander overvloeit in een waterval bij Navacelles. De ondergrond bevat enkele wonderen: In de aven van Armand op de Causse Méjean bevindt zich een woud van stalagmieten, dat uniek is in de wereld. De op de Causse noir gelegen grot van Dargilan, ook wel de roze grot genoemd, is indrukwekkend door zijn omvang en verbazingwekkend door de afzettingen en de kleur. En de Abîme de Bramabiau en de ondergrondse rivier genaamd "Bonheur" (letterlijk: geluk) zijn verbluffend.

4000 jaar geleden!

In deze min of meer herbergzame streek ging de mens zich al vroeg vestigen. De dolmens, menhirs, en vuurstenen gereedschappen getuigen hiervan. Deze eerste mensen waren jager-verzamelaars. Dit speelde zich zo'n 4000 jaar geleden af.

Vervolgens hebben zich hier de Kelten en daarna de Romeinen gevestigd, met daarna de Visigoten, de Franken en de Saracenen, voor wie dit gebied een inzet werd van hevige strijd.

Met de komst van de middeleeuwen ontwikkelde zich het verbouwen van de tamme kastanje, een boom die gekweekt werd voor voeding, een zogeheten broodboom. Hierdoor maakte de streek een geavanceerde ontwikkeling door: het aanleggen van terrassen met bancals (steunmuren van droge steen), irrigatiekanalen en tancats dwars over de waterstromen.

De industriële revolutie

In de loop der eeuwen bleven deze technieken voortbestaan, waardoor de aanplant van wijngaarden en olijfbomen op onherbergzaam land mogelijk werd. In de 16e eeuw, de periode waarin de kastanjeboom werd verbouwd, werden deze technieken geïntensiveerd en een irrigatiesysteem opgezet, maar het werk van de landbouwer was zwaar en de hevige regenbuien spoelden de grond weg die steeds moest worden opgebouwd.

Het massieve ontginningswerk vond plaats ten nadele van de lokale boomsoorten, zoals beuken en eiken, die weer tot bloei kwamen toen de broodboom zijn geprivilegieerde status verloor. Door ziekte werd deze boomsoort gedecimeerd en vanwege meer winstgevende activiteiten werd hij daarnaast langzamerhand vervangen door de moerbeiboom.

In de 18e eeuw werd de moerbeiboom op vrij algemene schaal verbouwd, waardoor de teelt van zijderupsen mogelijk werd en de Cevennen welvaart bezorgde. Het landschap werd gekenmerkt door grote zijderupsenkwekerijen en spinnerijen die tegenwoordig nog steeds bestaan, ondanks het verdwijnen van de zijdeteelt.

Schapen en geiten

Tegelijkertijd met deze teelt wijdden de mensen zich ook aan de veeteelt: geiten en runderen in de Cevennen en ooien en schapen in de Causses, waar kelders in de rotsen zijn uitgehouwen voor het rijpen van de Roquefort. De herders begeven zich nog steeds op de paden van de transhumance, die al duizenden jaren door de kuddes worden gevolgd. De lavognes, ofwel aangelegde meren waar de dieren hun dorst kunnen lessen, worden ook door de kuddes aangedaan tijdens de transhumance, een verschijnsel dat steeds zeldzamer wordt in dit gebied, maar spectaculair blijft, net zoals op de Mont Lozère.

Dankzij de landbouw en veeteelt heeft de mens hier kunnen leven. Dit werk in de buitenlucht was benijdenswaardig voor menigeen die steenkool uit de mijnen van de Cevennen delfde. Deze arbeid in het binnenste van de aarde was zwaar maar lag binnen handbereik voor deze taaie, ruwe, vrijheidsminnende mannen die in het verleden zo vaak hebben moeten lijden om zichzelf of hun ideeën te verdedigen.

Een kwetsbare omgeving

Van deze moed getuigde de strijd in de 18e eeuw van de gereformeerden, protestanten die zich noch onderwierpen, noch hun geloof afzworen. Drie jaar streden ze tegen de dragonders van Lodewijk XIV. Ze hadden een zeer goede kennis van het terrein, legden hindernissen aan en hielden stand tegen het Koninklijke leger.

Dit leger arriveerde via de Koninklijke weg die aangelegd werd tussen Saint-Jean-du-Gard en Florac en ook wel de "de kroonlijst van de Cevennen" wordt genoemd. Ondanks het feit dat ze aangevallen, gevangengenomen en tot dwangarbeid veroordeeld werden, bleven de protestanten uit de Cevennen zich verzetten, kwamen ze in schuilkelders bijeen om hun erediensten te houden en luisterden ze naar hun profeten. De koning verloor zijn geduld en besloot de streek helemaal te gronde te richten, waardoor talrijke dorpen werden afgebrand. Het gebied werd geteisterd door geweld. Pas met Lodewijk XVI werd de godsdienstvrijheid hersteld.

Vandaag zijn de inwoners van deze streek nog altijd zeer nauw verbonden met de natuur en trachten ze bepaalde eeuwenoude gebruiken te behouden zoals de extensieve veeteelt. Het groene toerisme heeft zich er ontwikkeld dankzij de aanleg van twee natuurgebieden: het nationale natuurgebied Les Cevennes en het regionale natuurgebied Les Grands Causses. In beide gebieden wordt bescherming geboden aan een kwetsbaar milieu, dat rijk is aan een opmerkelijke flora en fauna.

Het gebied Causses-Cevennen beslaat 302.000 hectare, van de Mont Lozère tot de Causse du Larzac, en omvat eveneens het massief van de Aigoual, dat zich uitstrekt over de departementen Lozère, Gard, Aveyron en Hérault. In het noorden omvat deze Unesco-zone het nationaal natuurgebied de Cevennen, in het westen een deel van het regionaal natuurgebied de Grands Causses, in het noordwesten de uitgestrekte bergengten van de Tarn, de Jonte en de Causses en in het zuiden de uitgestrekte site van Saint-Guilhem-le-Désert en de bergengten van de Hérault.

Ontmoeting met

Eric Martin, Herder In de vallei van het geluk

Eric Martin, die al 40 jaar herder is, waakt elke zomer over een kudde van meer dan duizend schapen op de weilanden op het Devois-gebergte aan de rand van de departementen Gard, Lozère en Aveyron.  

Het is twaalf uur 's middags. De schapen rusten wat uit in de schaduw van een pijnbomenbos, vlak bij oude vrijwel drooggevallen wetlands. De herder laat hen rond vijf uur vrij lopen. De kudde, die voor het vlees wordt gehouden, vervolgt dan zijn weg naar de weilanden op het Devois-gebergte, op 1100 meter hoogte.

Iedere lente trekken de schapen van Eric Martin via de route van de transhumance op weg naar Saint-Sauveur-Camprieu, een dorpje op een kalkplateau dat omringd wordt door naaldboom- en beukenbossen.

Om de herderij van Eric Martin te bereiken, moet je van de asfaltroute af een onverhard weggetje op, waarnaast de rivier de "Bonheur" (letterlijk: geluk) stroomt. In de vallei van het geluk vervolgen wandelaars en vakantiegangers hun weg en stoppen ze bij de herderij voor het degusteren van gebraden lamsvlees. "Op deze manier kunnen wij bekendheid geven aan onze producten," aldus Eric Martin.

Eric Martin, met zijn door de zon gegroefd gelaat en rauwe stem, brengt vrijwel zes maanden door in deze vallei. En dat al veertig jaar. "Met veertien jaar," zegt hij, "ben ik begonnen de dieren te hoeden."

Tegenwoordig zorgt hij met een andere herder voor een kudde van 1200 dieren. In september krijgen de ooien zo'n 300 lammeren. En in november, wanneer de eerste koude zijn intrede doet, wordt het tijd om af te dalen naar Valleraugue. 

De kaart openen De kaart sluiten Afficher / masquer la carte