Carcassonne De middeleeuwen in de 21e eeuw

Carcassonne De middeleeuwen in de 21e eeuw

Carcassonne De middeleeuwen in de 21e eeuw

Carcassonne De middeleeuwen in de 21e eeuw

De middeleeuwen in de 21e eeuw

Met talrijke troubadours en sterren uit de showbusiness, steekspelen en toeristentreintjes, het museum van de folteringen en houten zwaarden voor kinderen, trekt Carcassonne, een van de mooiste vestingsteden van Europa, jaarlijks miljoenen bezoekers.

"Fantastic!" zegt een Amerikaan die hevig transpireert onder de hete zon van Carcassonne. Hij zit tegenover de walmuren en vertelt zijn twee puberzonen over de geschiedenis van de oude stad. "Ik heb het boek gelezen. Ik wilde het zelf zien… en het hen laten zien." Deze garagehouder uit San Diego blijft zich verwonderen voor de toegangspoort van de oude stad. "It's beautiful…" herhaalt hij en hij loopt verder over de geplaveide steegjes.

Ridderharnassen, prinsessenjurkjes, houten zwaarden, bogen en nog veel meer zijn overal in de winkels te vinden. Twee toeristentreintjes vervoeren bezoekers voor een rit langs de walmuren. Op de toernooivelden rijden paardenkoetsen. Ridders houden een steekspel in een klein houten vestingwerk. Voor de basiliek staan edellieden en schone vrouwen in klederdracht te luisteren naar een troubadour. Een heks reikt een folder uit en nodigt iedereen uit voor een bezoek aan het museum van de folteringen en de inquisitie.
Onder de walmuren wordt de rij met mensen die toegang willen krijgen tot het gravenkasteel steeds langer. "Ik dacht dat ik vanaf de autobaan een sprookjeskasteel had gezien," zegt een jonge geschiedenisstudente uit Nantes. "Ik wilde al heel lang deze emblematische stad bezoeken," voegt ze eraan toe. "Voor mij is het een van de mooiste vestingsteden van Europa. Dankzij het restauratiewerk van Viollet-le-Duc is het een van de best bewaarde vestingen. Alles ademt hier de middeleeuwen. Carcassonne is eigenlijk een soort tijdmachine.
Maar wel een die goed in de 21e eeuw is verankerd. Bij de restaurants op het plein is geen plaatsje meer vrij. Op het menu staat cassoulet. In de schaduw van de kathedraal geeft een violist een hemelse interpretatie van een stuk zigeunerjazz. De hele zomer lang komen Franse sterren van de showbusiness optreden op het ultrageavanceerde podium van het kasteel. 's Avonds schittert de stad met duizenden lichten. Geen wonder dat Carcassonne, een ware moderne icoon, jaarlijks meer dan twee miljoen bezoekers trekt. 

Een tijdmachine

Carcassonne : meer dan 2000 jaar militaire geschiedenis

Carcassonne, deze strategische plaats tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, was onder meer een welvarende middeleeuwse stad, het land der katharen, een Koninklijke vesting en een groot productiecentrum voor textiel. De stad heeft vaak een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis en werd vervolgens verlaten, geplunderd en op vorstelijke wijze gerestaureerd.

Het plateau van Carsac is een oppidum dat sinds de oudheid was bewoond en veel werd begeerd. De Romeinen veroverden de plaats in de eerste eeuw voor Christus en bouwden er stevige walmuren omheen. Het stadje werd talrijke malen veroverd en heroverd en achtereenvolgens bezet door de Visigoten, de Saracenen en de Franken.

Het katharenepos

In de 11e eeuw riep Roger-Raymond Trencavel zichzelf uit tot burggraaf van Carcassonne. Hij kreeg een welvarende stad en besloot enkele werkzaamheden te laten uitvoeren. De walmuren werden hersteld. Binnen de omwalling staat het kasteel tegen de Gallo-Romeinse vestingwerken. De burggraaf was een rijk man die open stond voor nieuwe ideeën. Het was ook goed toeven in dit kasteel: er werd veel bezoek ontvangen, feest gevierd, plezier gemaakt en veel gedebatteerd. Vervolgens werden er twee dorpen tegen de vestingstad aangebouwd, die later met de grond werden gelijkmaakt.
Het lot van Carcassonne kreeg een totaal andere wending met de komst van het katharengeloof en de kruistochten om dit te vernietigen. Na de overwinning van Simon van Montfort op Trencavel behoorde Carcassonne tot de koning van Frankrijk, die het omvormde tot een totaal andere stad.
Om ervoor te zorgen dat deze strategische plaats niet kon worden ingenomen, liet de Heilige Lodewijk een tweede walmuur aanleggen met een afgevlakte doorgang genaamd "toernooiveld" tussen de twee muren. Buiten de walmuren werd aan de andere kant van de rivier een nieuwe stad gesticht.
De toegang tot de buitenwalmuur werd door talrijke verdedigingspunten bemoeilijkt. Deze verdedigingslinie bestaat uit van kantelen voorziene courtines met schietgaten, ravelijnen (ronde of halfronde vestingwerken met een opening naar binnen) en enkele torens waaronder de Tour de la Vade.

Een Gallo-Romeins vestingwerk

De aanvaller die erin geslaagd was om deze eerste hindernis te overwinnen, had nog genoeg moeilijkheden over. Hij werd in de rug aangevallen door de boogschutters die in de ravelijnen en de op de toernooivelden gerichte torens zaten. De toren van Le Grand Burlat aan de zuidwesthoek van de walmuur geeft een goed idee van de doeltreffendheid van deze architectuur.
De binnen verdedigingslinie is een omwalling van meer dan een kilometer lang met her en der Gallo-Romeinse onderdelen die men kan herkennen aan de in de stenen ingesloten verankering van baksteen. Deze omwalling is veel hoger dan de eerste en heeft indrukwekkende torens zoals de Tour Trésau, de Tour du Moulin du Midi of de tweelingtorens van de Poort van Narbonne, die bijzonder zijn door het vooruitstekende gedeelte in de vorm van een spoor. Deze torens vormen de hoofdingang van de stad.
Deze ingang wordt beschermd door een ketting en een boog met twee valhekken die omhoog of omlaag geschoven kunnen worden. Als extra voorzorgsmaatregel werd er boven aan de boog een werpsleuf gemaakt en kreeg de aanvaller die zover had durven komen allerlei materialen naar zijn hoofd geslingerd.

Een koninklijk vestingwerk

Aan de zuidkant staat de Poort van Saint-Nazaire met een vierkante toren en een platform waarop een grote katapult werd geplaatst om talrijke vijanden neer te slaan. Aan de noordkant, het oudste gedeelte, staat de Poort van Le Bourg. Aan de westkant bevindt zich de Poort van Aude, die dicht bij het kasteel staat en moeilijk toegankelijk is vanwege het steile reliëf.
Met twee walmuren, de schuine ingangen met ravelijnen ervoor, de torens met reliëfstenen en de hele militaire inrichting wordt de stad goed bewaakt.
Omdat Carcassonne bekendstond als een onneembare plaats, kende de stad een rustige periode, maar de militaire betekenis van de vestingstad nam af na het ondertekenen van het Verdrag van de Pyreneeën. De stad werd toen een van de belangrijkste nijverheidscentra van Frankrijk en genoot een grote welvaart dankzij de vervaardiging van lakens. De handel bracht welvaart aan de beneden gelegen plaats die een Koninklijke vestingstad was geworden en die zich bleef ontwikkelen ten koste van de oude stad die daardoor verarmde. De rijken trokken weg, de armen namen hun intrek op de toernooivelden.

Viollet-le-Duc vindt de stad opnieuw uit

In de 18e eeuw werd de stad verlaten, vernield, geplunderd vanwege de bouwstenen en gered dankzij een van de notabelen: Pierre Cros-Mayrevieille die alarm sloeg bij de toenmalige inspecteur-generaal voor historische monumenten. De architect Eugène Viollet-le-Duc werd belast met de restauratie die in 1855 begon. Hij besloot om de stad om de stad en het geen slechts nog een ruïne was opnieuw op te  bouwen. De walmuren werden verhoogd, de torens hersteld en veranderd. Sommige torens werden verhoogd, kregen brede openingen en werden ten koste van de kantelen voorzien van schuine daken met leisteenbedekking. De architect maakte de toernooivelden vrij van alle bewoningen die er waren gebouwd en gaf de oude stad haar pracht terug. Aan dit gigantische karwei werkte hij tot zijn dood in 1879. De restauratie van de oude stad werd door zijn leerling Paul Louis Boeswillwald en vervolgens door de architect Henry Nodet voltooid. De werkzaamheden hebben in totaal meer dan 50 jaar geduurd.

Ontmoeting met

Amancio Requena, Hoofd van cultuur van het Centre des monuments nationaux Innovatie zodat men het gravenkasteel beter kan ontdekken

Met onder meer exposities voor hedendaagse kunst, conferenties, tijdelijke tuinen en historische voorstellingen werkt het hoofd van cultuur van het Centre des monuments nationaux, Amancio Requena, al twee jaar met zijn team aan het bepalen van het culturele en pedagogische aanbod van de site.

Het gravenkasteel en de walmuren trekken meer dan 500.000 bezoekers pers jaar. Vallen rondleidingen onder de taken van Les Monuments de France?

Jazeker! Er zijn dagelijks tien becommentarieerde rondleidingen en drie conferentierondleidingen waarbij bezoekers op de walmuren kunnen lopen en toegang kunnen krijgen tot bijzondere ruimtes zoals de zaal van de inquisitietoren of de zaal van de Tour de l’évêque waar Eugène Viollet-Le-duc zijn werkkamer had.
Voor onze presentaties gebruiken we nieuwe technologieën om de geschiedenis levendiger te maken. Dankzij touch tablets kunnen we de documenten van die tijd beter bekijken en op ludieke wijze de restauratie van de site visualiseren.

Veel buitenlanders voelen zich aangetrokken tot de site…

Ongeveer 50% van de bezoekers is buitenlander. Spanjaarden, Italianen, Indiërs, Australiërs en anderen bezichtigen de Oude Stad. Vanzelfsprekend passen we ons verhaal aan. Maar vandaag de dag vindt er een brede verspreiding van informatie plaats. Zo komen Amerikanen en Japanners bijvoorbeeld naar Carcassonne en zijn ze zich bewust van het feit dat de site die ze gaan bezoeken tot het erfgoed van de mensheid behoort. Ze beseffen het belang van deze stenen omdat ze al een weg naar de site hebben afgelegd. Wellicht hebben ze meer belangstelling dan mensen uit Midden-Frankrijk. De presentatie maakt de bezoekers bewust van het feit dat de site een geschiedenis heeft. We geven ze de tools waarmee ze markante gebeurtenissen voor de oude stad kunnen verklaren.

Buiten de rondleidingen is er ook een wil om open te staan voor het brede publiek. Kunt u ons uitleggen op welke concrete manier dit gebeurt?

Met exposities van hedendaagse kunst en historische scenografieën. In het museum geeft de fotografe Sarah Moon een eigen interpretatie van het verhaal Rood Kapje van Hans Christian Andersen. De foto's en films vormen een dialoog met de middeleeuwse vesting om de bezoeker aan te sporen om zijn voorstellingsvormen en dromen de vrije loop te geven.
Bij een nachtvoorstelling die speciaal voor het kasteel van de oude stad Carcassonne door de musicus en regisseur Christian Salès is ontwikkeld, kan men het voorplein van het kasteel in de avonduren op een geheel andere wijze ontdekken. Met het uitzenden van een animatiefilm op de gevels van het kasteel waant de toeschouwer zich te midden van de gebeurtenissen waarover in "La Canso" wordt verteld. Dit epische gedicht met 9600 verzen verhaalt over de tien eerste jaren van de Kruistocht tegen de Albigenzen. Christian Salès heeft zich laten inspireren door de miniatuurschilderingen van het manuscript om dit epos te vertellen en gebruikt het denkbeeldige om naar de geschiedenis toe te leiden.

En er is ook nog de middeleeuwse tuin aan de voet van het kasteel

Deze tijdelijke tuin is door een landschapsarchitect in samenwerking met zijn leerlingen van de tuinbouwschool ontworpen Charlemagne in Carcassonne ontworpen en stelt een middeleeuwse tuin voor met planten die in de middeleeuwen werden verbouwd. Deze plek wordt later omgetoverd tot moestuin en we gaan nog de thematiek "monument en koken" uitwerken.

Tijdens de erfgoeddagen wordt het kasteel opengesteld voor onder meer acrobaten en acteurs. Hier is dan ook de wil om open te staan…

Maar dat niet alleen! De belangstelling van de mensen voor deze emblematische site kan slijten met deze activiteiten willen we dit voorkomen. We willen dat de bezoeker een nieuwe kijk heeft waarmee hij de site kan waarderen.

De kaart openen De kaart sluiten Afficher / masquer la carte